Bij mens en dier komen veel afwijkingen en aandoeningen voor waarvan een deel erfelijk bepaald is. Een aanzienlijk hoeveelheid hiervan zijn erfelijke oog-of skeletafwijkingen.

Vererving wordt onderscheiden in enkelvoudig of meervoudig.
Bij enkelvoudige vererving speelt 1 erffactor speelt een rol bij overbrenging, hierbij ofwel een enkelvoudig dominante factor (dominerend) ofwel enkelvoudig recessief (factor komt pas tot uiting als hij niet onderdrukt wordt), ofwel enkelvoudig verdekte vererving (ingewikkelde wijze van vererven: 1 dominante of recessieve factor maar door andere factoren onderdrukt). Ziekte komt niet of sterk afgezwakt te voorschijn. Een voorbeeld hiervan is PRA.
Meervoudige of polygene overerving :  meerdere factoren spelen een rol en ook zeer belangrijk zijn de uitwendige omstandigheden of het milieu. Heupdysplasie is hiervan een voorbeeld.

Ook bij de Drentsche Patrijshonden is komen erfelijke aandoeningen voor.
Onze vereniging probeert de fokkers te informeren aangaande deze ziekten zonder daarom, op voorhand, honden uit te sluiten voor de fok. Met bewezen lijders of dragers fokken is natuurlijk vragen  om problemen.
Het is aartsmoeilijk een evenwicht te vinden bij het streven naar mooie, rastypische Drenten met een goed karakter, met voldoende jachtpassie, niet te dicht op lijn, maar ook zo gezond mogelijk, met zo min mogelijk afwijkingen.

In de eerste plaats is een Drent een jachthond en dit moet hij ook blijven anders is men met een ander ras bezig. Men ziet tegenwoordig hele prachtige exemplaren rondlopen, mooie forse met prachtige beharing, maar waarvan men op voorhand kan voorspellen dat die zich in een bietenveld of in een hardnekkige begroeiing helemaal niet thuis zullen voelen. Langs de andere kant ziet men ook Drenten die prachtige bewegingen hebben in het veld en heel goed jagen maar, te groot, te klein of  slecht van karakter uitvallen. Beide voorbeelden zijn dus te extreem en moeten naar elkaar toe groeien. Samen met zo min mogelijk afwijkingen een hele taak voor de fokkers maar van essentieel belang voor het voortbestaan van het ras.

Bij de Drent komen voornamelijk PRA (progressieve retina atrofie), de botontwikkelingsziekte heupdysplasie (HD) en ook epilepsie voor. Hieronder worden deze wat nader beschreven, zonder de intentie te hebben, een medische enceclopedie te vormen. Raadplaag altijd uw dierenarts voor meer informatie!

Epilepsie

Epilepsie is een relatief veel voorkomende aandoening bij honden. Bij 1 op de 20 honden wordt epilepsie gediagnosticeerd. Hoewel epilepsie bij iedere hond kan voorkomen, komt het vaker voor bij rashonden. De meeste honden krijgen hun eerste aanval tussen de leeftijd van 1 en 5 jaar. Het woord epilepsie betekent letterlijk ‘herhaalde aanvallen’. Zo’n epileptische aanval wordt veroorzaakt door een overmatige elektrische activeit in de hersenen. Deze verhoogde elektrische activiteit kan zich uiten in verschillende verschijnselen, variërend van eenzijdig trillen van de lip, tot zeer ernstige verschijnselen waarbij de hond omvalt en heftige krampachtige bewegingen maakt.

De klassiek epilepische aanval bestaat meestal uit drie van elkaar te onderscheiden fasen.
De eerste fase van een epileptische aanval uit zich bij uw hond in het veranderen van het gedrag. Deze fase wordt ook wel Aura genoemd. De volgende verschijnselen komen voor:
- De hond maakt abnormale bewegingen zoals onrustig heen en weer lopen of de lippen aflikken
- Veranderingen van verschillende lichaamsfuncties zoals kwijlen, plassen of braken
- De hond kan wat angstiger worden wat zich kan uiten in het vragen van uw aandacht, janken, blaffen, zichzelf terugtrekken of zelfs verstoppen

Wanneer u meer vertrouwd raakt met epilepsie en het patroon wat uw hond daarbij laat zien, dan herkent u vaak vroegtijdig al subtiele veranderingen in gedrag. Dit stelt u in staat om een epileptische aanval bij uw hond te voorspellen.
De tweede fase, de fysieke epileptische aanval, is hetgene wat de meeste mensen associëren met epilepsie. Het kan een angstaanjagende aanblik hebben als men niet weet wat er gebeurt. Over het algemeen begint de aanval met het verstijven van de spieren. De hond kan daarbij met gestrekte poten en de kop naar achteren, gestrekt omvallen en krampachtige trappelende of fietsende bewegingen maken. Soms lijkt het zelfs of de hond al liggend wil rennen. Spiertrillingen, het laten lopen van de ontlasting, kwijlen of braken is in deze fase vaak te zien. Honden kunnen ook blaffende of jankende geluiden maken en sneller en duidelijker ademhalen. Ook is een donker gekleurde tong wel eens waar te nemen.
Als de aanval over is begint fase 3, het dan kan het zijn dat uw hond een periode bewegingsloos op de grond blijft liggen voordat hij opstaat. Het is vrij normaal dat de hond in meer of mindere mate gedragsveranderingen laat zien:
- Desoriëntatie en versuft rondlopen waardoor de hond tegen allerlei zaken aan kan botsen
- Overmatig honger en dorst
- Ongecontroleerde darm en/of blaas lediging
- Spierzwakte
- Tijdelijke blindheid

Grofweg kunnen we epilepsie in twee soorten indelen: Primare (of idiopatische) epilepsie en secundaire (of symptomatische) epilepsie.
De meeste honden waarbij epilepsie wordt gediagnosticeerd lijden aan primaire epilepsie. Er is bij deze dus geen oorzaak te vinden van de aandoening. Over het algemeen zijn honden met primaire epilepsie verder gezond en daarom moeilijk te herkennen.

Als er een oorzaak voor de aanvallen kan worden gevonden, dan spreekt men van secundaire epilepsie. Bij een bezoek aan uw dierenarts zullen enkele testen worden uitgevoerd om zo de onderliggende oorzaak vast te stellen. Enkele van deze oorzaken zijn:
- Hoofdtrauma
- Hersentumoren
- Lever- of nierproblemen
- Infecties
- Opname van gifstoffen (b.v. insecticiden)-
- Lage bloedsuikerspiegel

Als u merkt dat uw hond een aanval krijgt, of al een aanval heeft, dan is het vooral belangrijk dat u rustig blijft. Zorg ervoor dat uw hond zich niet kan verwonden, maar probeer het dier niet te verplaatsen of vast te houden. Door de ongecontroleerde bewegingen kan u lelijk gebeten worden. Verwijder stimulerende prikkels, zoals TV, radio, probeer de verlichting te dimmen en laat zeker geen jonge kinderen in de buurt van uw hond. Meet de tijdsduur van de aanval, en probeer een video opname te maken (met uw smartphone, zoveel mogelijk van de gehele hond, indien niet mogelijk van de kop/lijf). Blijf na de aanval bij uw hond totdat de desorientatie volledig weg is. En uiteraard neemt u na de eerste aanval contact op met uw dierenarts.

 

Bron:

www.epilepsie-hond.be