De Drentsche Patrijshond vindt zijn oorsprong in de 16e eeuw (uit de Spanjoel of Poortershondje afkomstig van de Spanjaarden of Berbers). In Nederland werden ze Patrijshonden genoemd daar hun gebruik bij de jacht zich beperkte tot hoofdzakelijk de fazanten en de patrijzen, de zogenaamde hoenders.

Doordat Drenthe bijna onbereikbaar verscholen zat tussen de venen, was er quasi geen handelsverbinding met de overige delen van Nederland. Dit had als gevolg dat vooral in Drenthe deze honden raszuiver werden bewaard en niet, als elders, vermengd met andere buitenlandse rassen. Anderzijds maakte dit (vanwege het isolement en de armoedige omstandigheden) deze bewoners genoodzaakt een hond te houden. Dit moest dan wel een sterke hond zijn die men overal en altijd kon gebruiken. Sterk zowel voor de terreingesteldheid als voor de weersomstandigheden (respectievelijk bouw en beharing). In het gebruik diende de hond zowel waaks te zijn (bewaken van het erf) als beschikken over een goede jachtaanleg. Ook zijn liefde tot de mens speelde een belangrijke rol.

 

Stamouders en de Nimrodstam

Een stam is een groep van verwante dieren binnen een ras die uiterlijk grote gelijkenis vererven of enkele identieke kenmerken bezitten.

Binnen ons ras is een dergelijke stam. Zij wordt onder verschillende namen genoemd als: "de oude Drentsche Stam", "oud" omdat de oorsprong van de stam in een "ver" verleden ligt en "Drents" omdat de fokkers in Drenthe zijn. Anderen noemen haar de "de Schuilingstam", genoemd naar de belangrijkste fokkers van de stam. Weer anderen noemden haar de "de Nimrodstam" omdat de stamvader Nimrod heette.

 

In en rond de plaats Eext in Drenthe werden reeds vele jaren voordat het ras officieel was erkend, Drentsche Patrijshonden gefokt en in de praktijk jacht gebruikt. Eén naam is onverbrekelijk met de Drent verbonden en wel die van Schuiling. Verschillende personen met deze Drentse familienaam, soms niet eens familie van elkaar, hielden zich met de fokkerij van Drentsche Patrijshonden bezig en de naam Schuiling was een begrip als men het over Drentsche Patrijshonden had. Barelt Schuiling (oud fokker van de Kennel van 't Nimrodsheem), Janny Schuiling (oud fokster van de Kennel van de Schoelings) en hun voorouders waren toen al een begrip in het Drentse. Onder de jagers was een " Schuiling-hond " of op zijn Drents een "Schoelinghond" een begrip.

Elke Drentsche Patrijshond heeft in zijn voorgeslacht dan ook een "Schoelinghond". En Eext in Drenthe wordt daarom wel de bakermat van ons ras genoemd.

Om erkenning van het ras de Drentsche Patrijshond te verkrijgen, werd er op 18 april 1943 een aankeuringsdag gehouden in het gebouw de Harmonie te Groningen. Ruim 40 Drenten-eigenaren met hun Drenten waren aanwezig, dit ondanks de oorlogstijd en de keuring op een zondag, een teken dat er toen die tijd al vrij veel Drentsche Patrijshonden voorhanden waren. Er werden 13 teven en 7 reuen geselecteerd, waarbij de selectie was op jachteigenschappen en type.

 

Nimrod

Op deze aankeuringsdag te Groningen bleek de hoge kwaliteit van de Schuilingstam. Zes van de zeven goedgekeurde reuen behoorden tot deze stam. Nimrod (geboren juni 1940) van de heer H. (Hendrik) Schuiling Bzn. werd 1e geplaatst. Deze Nimrod bleek bij het fokken voor vele goede eigenschappen fokzuiver te zijn en zijn goede type aan bijna aan al zijn kinderen mede te geven. Door zijn succes te Groningen en omdat hij in de omgeving als een uitstekende jachthond bekend stond, werd Nimrod voor veel dekkingen gevraagd. Nimrod gaf nakomelingen die vrij fors waren en die in verhouding wat laag op de benen stonden. Door met Nimrod en enige goede teven uit de omgeving te fokken en de nakomelingen hiervan onderling te paren, kwam de bekende Nimrodstam tot stand. De honden van deze stam en natuurlijk niet uitsluitend de honden die hier met name worden genoemd, hebben een grote invloed op ons ras gehad. Zij of hun nakomelingen werden door alle fokkers gebruikt. Hierdoor kon het " Nimrodtype " zich door het hele gehele ras verbreiden.

Deze Nimrod wordt als de stamvader van ons ras beschouwd; onze Rasstandaard is geschreven op dit type.

 

Deze informatie is verkregen via de Nederlandse vereniging "De Drentsche Patrijshond". Een ander uitgebreid naslagwerk en een bron van informatie, is het boek De Drentsche Patrijshond in verleden en heden "Ze waren er gewoon ....", geschreven door mevrouw J. (Janny) Offereins-Snoek.1